Blogs uit Catania

1. mrt, 2016

Catania is een échte stad. Geen stad met de beleving van een dorp, zoals Siracusa's Ortigia. Daar kun je niet op straat lopen zonder bekenden tegen te komen. Dat zal iedereen al bij het eerste bezoek opvallen en zeker als je er vaker terugkomt. Catania is geen stad om snel verliefd op te worden. De stad is ongepolijst, ruw en ruig. Misschien is het symbool van de stad daarom de olifant? Maar des te meer vallen die plekken op waar je je in Catania prettig voelt. Dat is het centrale Piazza del Duomo. Midden op het plein zit je op de trappen onder het standbeeld van de olifant en kijk je uit op de kathedraal van Santa Agatha, de stadsheilige. Meer van zulke plekken vind je in de stadsparken, zoals het kleine parkje voor de ingang van het kasteel van Frederik II van Zweden. Een wandeling door de rustige straten en lanen in het hoger gelegen stadsdeel met zijn statige huizen is een wereld van verschil met de luidruchtige, rommelige en hier en daar verwaarloosde overzijde van de Via Etna, de centrale winkelstraat met aan het einde het zicht op de machtige Etna. Maar wat Catania Catania maakt zijn de Catanesen. Deze vriendelijke en zeer toegankelijke inwoners van Catania maken hun stad een bezoek meer dan waard. 

28. feb, 2016

Vandaag was ik in Siracusa. De Interbus brengt je er in een kleine anderhalf uur. Vanaf het station wandel ik in een klein half uur naar Ortigia, het oudste stadsdeel. Het is een schiereilandje dat met twee bruggen met de rest van Siracusa is verbonden. Ortigia is het centrum van de stad, waar de Siracusanen zeker in het weekend naar toe gaan. Dat maakte Ortigia ook dit weekend weer wat levendiger dan het in dit deel van het jaar is. De periode van Kerst, Oud en Nieuw en Drie Koningen tot Pasen is de rustigste tijd van het jaar. Gisteravond bezocht ik het voetbalstadion waar Siracusa - officieel Città di Siracusa - de derby tegen Noto, de andere bekende barokstad in het zuidwesten van Sicilië, met 2-0 won. En paar jaar geleden dwong Siracusa promotie naar de top van het Italiaanse voetbal af. Maar financiële problemen leidden tot terugplaatsing naar de Siciliaanse amateurs. Nu probeert de club weer promotie naar het betaalde voetbal af te dwingen. De fanatieke aanhang, die de spelers door dik en dun steunt, heeft er vertrouwen in. Het bestuur ook, gezien de indrukwekkende verbouwing van de hoofdtribune. De zondag in Siracusa doorbrengen is een aanrader. Het is er gezellig druk, maar tegelijkertijd relaxt. Zeker als de zon, zoals vandaag, volop schijnt. Het was voor mij een dag van weerzien met vrienden, waarvan ik ook weer afscheid moest nemen. Vanavond ben ik weer in Catania, waar ik morgen mijn verblijf afsluit. Met de vierde en tevens laatste blog. 

27. feb, 2016

Mooier dan een museum. En levendiger dan een toneelstuk in het theater. De vismarkt van Catania, vlak bij de kathedraal en het Piazza del Duomo, is een belevenis waar je een paar uur voor moet uittrekken. Op een oppervlakte van nauwelijks een voetbalveld verwisselen dagelijks duizenden kilo's vis van eigenaar. Er wordt gekocht en verkocht. Maar ook geproefd en schoongemaakt. Wel eens gezien hoe een inktvis vakkundig wordt ontdaan van ingewanden een inktklieren? Die vervolgens zorgvuldig in een plastic bekertje bij de schoongemaakte vis worden meegeleverd. Ondertussen proberen verkopers van bossen verse peterselie hun waar te slijten aan de kopers van de verse vis. Peterselie bij de vis. De pescheria di Catania ís een vorm van theater. Met toeschouwers, toeristen, maar nog meer locale Catanesen, die vanaf de straat die boven de markt langs loopt, het schouwspel gadeslaan. Wie genoeg krijgt van de vishandel loopt een stukje door naar het gedeelte van de markt waar groente en fruit, kazen, pluimvee en opvallend veel vlees wordt verkocht. Aparte kramen met paardenvlees en lamsvlees. Bij de laatste hangen complete lammeren, sommige nog voorzien van een wollig staartje, op hun kopers te wachten. Alleen het beleven van de pescheria is al een bezoek aan Catania dubbel en dwars waard!

27. feb, 2016

Hoewel ik veel vaker op Fontanarossa, het internationale vliegveld van Catania, heb gevlogen ga ik nu voor het eerst de stad ín om daar te verblijven. Catania is overzichtelijk. Ik hoef niet lang te zoeken naar B&B Elios, waar ik mijn bagage achterlaat. Als je de centrale winkelstraat, de Via Etna, mijdt ontkom je niet aan verlaten straten met vervallen panden, graffiti en stinkende openbare toiletten. Mijn eerste caffè bij een kiosk op straat is zelfs de bespottelijk lage prijs van vijftig cent niet waard. Maar eenmaal op het Piazza del Duomo, met de karakteristieke olifant, ben ik dat al weer vergeten. Ik loop de kathedraal in een ga even zitten om deze prachtige kerk, opgedragen aan stadsheilige Agatha, te bewonderen. Dan loop ik over de verlaten vismarkt die morgenochtend weer zal bruisen. Aan de buitenkant van het stadscentrum vallen de vele kleine winkeltjes op. Italië is een MKB-land. Rond zes uur vind ik een prachtige enoteca. Ik ben de enige klant. En dat zal ik weten. Keus heb ik niet. Rode wijn is hier Etna Rosso. Hij smaakt me best. De eigenaar komt bij me aan tafel zitten met een boek over de wijnbouw rond de Etna. Hij raakt er niet over uitgepraat. Als ik na een uurtje besluit op te stappen wil hij geen geld. Ik was zijn gast. Dát is Catania. Catanesen zijn misschien wel de aardigste mensen van Italië. Als ik later op de avond in een koffiebar (waar de koffie nóg goedkoper is, veertig cent!) vraag waar ik lekkere vis kan eten loopt de zoon van de eigenaar een paar blokken met me mee om me  naar het aanbevolen visrestaurant te brengen. Daar  eet ik de lekkerste vissoep ooit. Catania is een bezoek meer dan waard. Maar je moet wel even doorbijten.